
de Volkskrant
22 november 2014 zaterdag
Section: Sir Edmund; Blz. 8
 RONALD VELDHUIZEN
Wat werd onlangs beweerd? Dat Nederlanders gelukkiger zijn dan Britten, zit in de genen. Wat zegt de zoutkorrelcheck? Dna-verschillen passen niet netjes in landsgrenzen. 
Nee hoor. Het ligt niet aan rotweer in Engeland. En het ligt ook niet aan het saaie stokbrood in Frankrijk. De Britten zijn knorrig omdat ze gewoon zo zijn, net als de Fransen. Met dank aan hun dna. Dat zegt althans geluksprofessor Andrew Oswald van de universiteit van Warwick in een nieuw onderzoek. Denen, nauw gevolgd door Nederlanders, zijn genetisch de gelukkigste mensen ter wereld. Vooral dat laatste nieuwsfeit viel uiteraard goed hier; onder meer RTL Nieuws wijdde er een bericht aan. 

Even voor de duidelijkheid: het is níét de vraag of geluk iets met je dna te maken heeft. Want uit tweelingen-onderzoek weten we: ja, aanleg bepaalt je welbevinden voor een belangrijk deel. De helft ongeveer, voor individuele personen dan. 

Hetzelfde beweren voor hele volkeren, zoals Oswald doet, is andere koek. Om zijn conclusie te staven heeft Oswald heus niet het genetische recept voor geluk ontdekt - dat kent vooralsnog niemand - maar vooral gekeken of algemene dna-verschillen tussen landen duidelijk samengaan tot meer of minder geluk. Pure statistiek dus. 

Als ijkpunt neemt Oswald gelukskampioen Denemarken. Des te minder een volk genetisch op de Denen lijkt, rekent Oswald voor, des te ongelukkiger dat volk blijkt te zijn. Een perfecte treffer is het niet: genen verklaren ongeveer eenderde van de geluksverschillen tussen landen. Dat klinkt als heel wat, maar veel is het is niet. Op een schaal van 10 van de World Happiness Index scheelt het tussen Denen en Britten 0,8 gelukspunten. Daarvan is dus slechts een derde, ongeveer 0,26, volgens Oswalds berekeningen aan genen te wijten. 

Maar: landen waarvan de meute genetisch meer op die van Denemarken lijkt, scoren ook beter op zaken als minimuminkomen, gezondheid en sociale zekerheid. Dat vertekent de resultaten natuurlijk. Dit geeft Oswald toe en wanneer hij hiervoor de resultaten rekenkundig bijstelt, wordt het verband statistisch bijna onzichtbaar. 

Er zullen best piepkleine landelijke verschillen in geluksgenen bestaan. Maar gemiddeld genomen heeft de mensheid, in welk land dan ook, eerder dezelfde dan een radicaal andere geluksaanleg. 
